BIOGRAFIEËN | TE GEK VOOR WOORDEN
     
  © Bart Michielsen
 
   
CHRIS DE STOOP (B)
Onderzoeksjournalist en auteur Chris de Stoop (1958) gooide in 1992 hoge ogen met de geruchtmakende roman Ze zijn zo lief, meneer. Het boek over een internationale bende vrouwenhandelaars had verreikende gevolgen in diverse landen: parlementaire onderzoekscommissies werden opgericht, criminele netwerken ontmanteld, nieuwe wetten gestemd. Ook zijn volgende boek was spraakmakend. Haal de was maar binnen is het relaas van het jaar dat hij doorbracht in het milieu van de illegalen in Europa. De combinatie van gedegen onderzoek en een goede pen blijft zijn vruchten afwerpen en na de romans Ik ben makelaar in hasj en De Bres publiceerde hij Zij kwamen uit het Oosten, het vervolg op zijn debuut. De gedeeltelijk fictionele beschrijving van het milieu van sekshandel uit Oost-Europa kon opnieuw op veel bijval rekenen en bezorgde hem in 2003 de Gouden Uil Publieksprijs. Zijn twee meest recente boeken zijn De Vuurwerkmeester en Het complot van België, waarmee hij onlangs voor de AKO-literatuurprijs werd genomineerd.
 
   
     
  © Merlijn Doomernik
 
   
BERNARD DEWULF (B)
Bernard Dewulf (1960) is een Vlaamse schrijver, columnist en journalist. Hij studeerde Germaanse filologie. Eind jaren 1980 verkreeg hij al enige faam dankzij zijn deelname aan de beruchte bloemlezing Twist met ons, maar ook als NWT-redacteur bleef hij niet onopgemerkt. In 1996 won hij de Debuutprijs voor Waar de egel gaat. In Naderingen (2007) beschrijft Bernard Dewulf het werk van kunstenaars als Pierre Bonnard, Thierry Decordier, Edouard Vuillard, Francis Picabia en anderen. De zeer persoonlijke, maar altijd heldere teksten konden op veel bijval rekenen en Dewulf wordt dan ook terecht genoemd als een van de beste schrijvers over beeldende kunst.

De columns van Bernard Dewulf sierden jarenlang de voorpagina van de krant De Morgen. Hij wist met tedere pen zijn gezin en dagelijkse beslommeringen inventief weer te geven. Met Kleine dagen, de bundeling van een aantal columns, won hij de Libris Literatuurpijs. Dewulf was naast columnist ook medewerker van NRC-Handelsblad en hoofdredacteur van Het Nieuw Wereldtijdschrift. Momenteel is hij stadsdichter van Antwerpen.
 
   
     
  © Katrijn Van Giel
 
   
PIETER EMBRECHTS (B)
Pieter Embrechts (1972) was lid van het knotsgekke gezelschap De Kakkewieten, dook op in Het Peulengaleis, deed de heupen shaken bij El Tattoo del Tigre en was naast Dimitri Leue het gezicht van het bijzondere crossmediale cultuurproject voor kinderen W@=D@. Maar naast een geboren acteur en entertainer laat deze charmante jongeling ook menig vrouwenhart sneller slaan met zijn Nederlandstalige songs. Met de plaat Maanzin uit 2004 kreeg Embrechts’ publiek ook zijn kwetsbare kant te zien. De veertien zelfgeschreven nummers schipperen tussen humor en sentiment en krijgen dankzij enkele erg getalenteerde collega-artiesten (en broer en zus Bert en Tine mogen daarbij uiteraard ook niet ontbreken) extra elan.
 
   
     
  © Bart Castelein
 
   
KRISTIEN HEMMERECHTS (B)
Femme fatale, feministe of professor: iedereen kent Kristien Hemmerechts (1955) wel in een van deze gedaanten. In de eerste plaats is en blijft ze echter schrijfster. Met haar debuut, de novelle Een zuil van zout (1987), won ze meteen de Driejaarlijkse Prijs voor het Proza van de Provincie Brabant en zette ze zichzelf op de literaire kaart. In 1990 ontving ze de Driejaarlijkse Belgische Staatsprijs en in 1993 kreeg ze de Frans Kellendonkprijs voor haar hele oeuvre. Haar romans, essays en reisverhalen worden gretig gelezen en ze kan teren op een schare trouwe fans. In haar ietwat afstandelijke stijl registreert ze de gedachten en gebeurtenissen in het leven van haar personages. Daarbij zijn het menselijke onvermogen en de vervreemding steeds weerkerende thema’s. Haar meest recente boek, Kleine zielen (2009), is een ontroerende roman over kwetsbare mensen en de behoefte aan wonderen. Momenteel is Hemmerechts hoofddocente Engelse letterkunde aan de Katholieke Universiteit Brussel en docente creatief schrijven aan het Herman Teirlinck Instituut.
 
   
     
  © Stephan Vanfleteren
 
   
ANNELIES VERBEKE (B)
Annelies Verbeke (1976) debuteerde met de succesroman Slaap! (2003), die verschillende keren werd bekroond, meer dan 50.000 keer over de toonbank ging en inmiddels in meer dan dertien talen is vertaald. In 2006 verscheen met Reus de langverwachte opvolger, volgens Humo ‘een prima roman, waarmee Verbeke de gevaarlijke klip van het tweede boek met verve gerond heeft’. Hetzelfde geldt voor haar twee volgende boeken. Groener gras (2007), een verhalenbundel over winnen en verliezen, kwam terecht op de longlist van de Gouden Uil 2008, werd genomineerd voor de Literatuurprijs Gerard Walschap 2009 en werd uiterst positief onthaald. Zo schreef de Volkskrant: ‘Het korte verhaal past haar als een handschoen. Het lijkt zelfs de ideale vorm voor haar aanstekelijke fantasie en haar gevoel voor het absurde.’ De roman Vissen redden (2009) verhaalt hoe schrijfster Monique Champagne een mislukte relatie verwerkt door zich nuttig te maken voor het behoud van het visbestand. Volgens De Standaard combineert het boek ‘beschouwing met humor met engagement met autobiografie’ en is het Verbekes beste werk tot dusver. Verbeke maakte indruk met de roman, die op de longlist van de Libris Literatuur prijs stond en een nominatie in de wacht sleepte voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs en de Opzij Literatuurprijs. Naast proza schrijft Verbeke ook theaterteksten, die uitgevoerd werden door onder meer TgStan en SkaGeN. Voor theatergezelschap Wunderbaum schreef ze de tekst Rail Gourmet. Dat theaterstuk werd geselecteerd voor het Theaterfestival van Vlaanderen 2010. www.anneliesverbeke.com
 
   
     
  © Chris van Houts
 
   
ERIK VLAMINCK (B)
Engagement is een sleutelwoord in het oeuvre van auteur en theatermaker Erik Vlaminck (1954). Zijn ervaring als leraar, verpleger op een psychiatrische afdeling en straathoekwerker klinkt onmiskenbaar door in zijn teksten. Met veel mededogen en geloofwaardigheid beschrijft hij het leven en de tragiek van de gewone man. Al in 1975 bracht Vlaminck zijn eerste verhaal uit, maar pas in 1992 begon hij met Quatertemperdagen aan een zesdelige familiekroniek tegen de achtergrond van Vlaanderen in de twintigste eeuw. In 1995 kwam hij in de schijnwerpers te staan met Wolven huilen, waarmee hij genomineerd werd voor de NRC-prijs. Zijn doorbraak bij een breder publiek kwam er in 2008 met de roman Suikerspin, die de psyche van vier generaties foorkramers belicht, en in 2011 met Brandlucht, het verhaal van Vlaams-Nederlandse expats in Canada. Beide boeken eindigden op de longlist voor de AKO en de Libris Literatuurprijs. Vlaminck schrijft in Alert, een tijdschrift over zorg, welzijn en sociale politiek, ook de column Brieven van Dikke Freddy, waarin een dakloze zijn problemen aankaart bij de bevoegde instanties. Als theatermaker werkt hij samen met onder meer Tutti Fratelli en Olympique Dramatique. Dit laatste gezelschap ensceneerde vorig jaar nog zijn tekst Van de Velde. Onlangs verscheen zijn novelle Miranda van Frituur Miranda