 |
|
Johann Sebastian Bach schreef zijn Goldbergvariaties tussen 1739 en 1741, vlak na de onverwachte dood van zijn 25-jarige zoon Bernhard. Het is zijn meest compacte werk voor klavier. De compositie bestaat uit een aria, gevolgd door dertig volstrekt unieke variaties die allemaal dezelfde harmonische structuur hebben. Dit wil zeggen dat de opeenvolging van de akkoorden in elke variatie hetzelfde is. De aria wordt aan het einde herhaald.
De roman Contrapunt van Anna Enquist is opgebouwd volgens het schema van deze Goldbergvariaties en kent exact dezelfde architectuur: een inleidend hoofdstuk (‘Aria’), dertig kortere episodes (de variaties) en een coda ( ‘Aria da capo’). Elk hoofdstuk is op de corresponderende variatie gebaseerd.
Door het boek heen spelen twee verhaallijnen. De raamvertelling gaat over een vrouw die de Goldbergvariaties op de piano instudeert. Zij komt allerlei technische problemen tegen, ze fantaseert over het leven van Bach en bestudeert de partituur.
De tweede verhaallijn komt voort uit datgene wat de partituur, het notenbeeld, oproept aan emoties en associaties. In elk hoofdstuk wordt een scène geschetst uit het leven van de dochter van de pianospelende vrouw, niet in chronologische volgorde, maar bepaald door het karakter van de variaties.
Het boek geeft een beeld van het opgroeien van een meisje, haar relatie tot de muziek, haar vrienden, het gezin waarvan zij deel uitmaakt. In de regelmatig door het werk gevlochten canons komt de verhouding tussen moeder en dochter aan de orde.
In de voorstelling Contrapunt voert Ivo Janssen het werk integraal uit zonder de (door Bach wel voorgeschreven) herhalingen. Fragmenten uit het boek worden op de bijpassende plaatsen voorgelezen zodat tekst en muziek een verbinding met elkaar kunnen aangaan. Het geheel levert een uiterst harmonieuze avond op van vijf kwartier, zonder pauze.
Beluister hier de radiospot:
|