Peter Verhelst leest ‘Telkens opnieuw regent het stilte’
Een van de in 2026 voor de Herman de Coninckprijs genomineerde bundels was Nachtatlas van Peter Verhelst. Kijk en luister hier naar een gedicht uit de bundel, ingesproken door Verhelst zelf en verbeeld door Wies Hermans.
De jury van de Herman de Coninckprijs 2026 over Nachtatlas
Met het fosforescerende Nachtatlas heeft Peter Verhelst een van zijn beste bundels geschreven – en dat wil wat zeggen met zijn indrukwekkend palmares. Zoals vaker in zijn poëzie wil hij ook in deze bundel iets in kaart brengen dat eigenlijk onzichtbaar en onvatbaar is: de nacht, de stilte, het afscheid, de dood, misschien zelfs de apocalyps. Verhelst laat zijn bundel voorafgaan door een aan de filmregisseur Agnès Varda ontleend citaat: ‘Si on ouvrait les gens, on trouverait des paysages.’ Ook een omschrijving voor de poëzie van Verhelst: het voortdurend opnieuw openleggen van innerlijke landschappen. Hij doet dat door zijn visionaire, mythologische en (post)apocalyptische werelden in concrete, zintuiglijke beelden te vertalen. Door zijn nauwgezette pen en zorgvuldig uitgewerkte metaforen lijken de wazige droomwerelden vol visioenen een ogenblik scherp op je netvlies te worden geprojecteerd. Verhelst probeert de dood als onderdeel van het leven te zien, als datgene dat levenslust geeft: ‘Op het eiland zijn we op zoek gegaan naar het centrum,/de uitpuilende navel, om er de bron te vinden/van ons verlangen, dus van onze angst, dus van onze dood,/om ons daaraan te laven.’ Daardoor leest zijn bundel als een grote ‘Ja!’ tegen het leven. Hoewel, op het einde richt hij zich direct tot de dood, op zo’n manier dat hij de dubbelheid ervan weet op te roepen: berustend en dankbaar, verwelkomend en tegelijkertijd vol verzet.
