fragmenten

fragment

23/12/2025

Het is altijd nu

Je bent een boom. Echt waar. Voel je het? De wortels in de aarde, wind in de takken, een eekhoorn is de weg kwijt, komt een verliefde bromtor tegen, ze praten tot de nacht valt. Een deur in de stam gaat open…                                                            

Je slaat de bladzijde om en poef!
Nu ben je een detective met een vergrootglas zo groot als een knapperige pizza. Met je beste vrienden ga je op zoek naar de koekjesdief. Is het de kat, je kleine broertje, de suikerverslaafde buurvrouw?

Dan word je een kind dat bang is voor de monsters onder je bed. Je vertrekt naar een plek geurend naar kampvuur en boomhutten, er is een griezelig onweer, eenzaam verdwaal je tot je belandt in een caravan met streepjesgordijnen en een hond. Je kijkt naar de wolken met je eerste liefje.

How long is forever? vraagt Alice aan het witte konijn: Sometimes just a second, antwoordt hij (dat wens ik ons trouwens allemaal toe, onverwachte ontmoetingen met een wijs konijn).

Volwassen worden is best boeiend, maar soms voelt het alsof we onderweg iets kwijtraken. We worden ingehaald door wat was, opgeslokt door wat moet, en onrustig van wat kan komen. Die gedachten houden ons in de ban.

Hoe kunnen we verwonderd blijven? Hoe houden we dat open kijken vast — het soort blik waarmee een kind de wereld binnenstapt?

Lees eens een kinderboek, en duik erin.

© Marie Van Praag

Of, zoals Joke van Leeuwen het zo treffend noemt: een mensenboek. Soms hangt er namelijk een zweem van minachting rond kinderliteratuur: alsof het te licht is, te eenvoudig, te weinig kwalitatief, … Terwijl het net verhalen zijn die zowel aan kleine als grote handen worden gereikt, het kind en de volwassene die al langer onderweg is, de dubbele geadresseerdheid. Joke van Leeuwen creëert in de Metro van Magnus – nog altijd een van mijn lievelingsboeken – een absurde wereld tussen metrostations vol avontuurlijke woordspelingen, hilarisch en serieus tegelijk voor jong en oud(er). Het begint als een doldwaze tocht maar gaandeweg mondt het uit in een metafoor voor het leven waarin vele kronkelende vragen passeren. Precies daarin ligt voor mij de magie: hoe eenvoud en diepte elkaar kunnen vinden in één verhaal, als een heldere meerlagigheid.

Kinderboeken gaan nagenoeg over alles wat ons raakt: liefde, verlies, slordige ruzies, bergen die luisteren, pesterijen, vriendschappen, dromen die oversteken zonder te kijken, bomen met deuren, deuren die naar de zee leiden… Geen onderwerp wordt geschuwd, De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren vertelt in een avonturenverhaal over de dood van een jonger broertje. Ze laat met haar boeken een nieuwe (rouw)woordenschat in de Zweedse taal na: Nangijala is helemaal ingeburgerd als het land van kampvuren en sprookjes, de plek waar je eerst naartoe gaat als je sterft.  

Net omdat kinderboeken veel vertellen over waarden en kennis die mensen willen doorgeven aan de volgende generatie – zoals professor jeugdliteratuur Vanessa Joosen vertelt – staat er vaak iets op het spel. ‘Hoopvol op het spel.’ Zonder de rauwheid van het bestaan te verloochenen, laten kinderboeken voelen dat hoop ademt en beweegt tussen twee alinea’s, in de blik van oma of in die immer bewegende wolken.

Ook qua vorm kunnen kinderverhalen heerlijk onconventioneel zijn: ze tekenen waar woorden te klein zijn, laten licht uit een kaft schijnen, verstoppen geheime tekens achter een flap, zetten woorden ondersteboven als dat beter past bij wat ze willen zeggen. Ze nemen ons mee naar de verrassende tussenruimtes van het leven met veel speelsheid en humor. In Steekje Los vertelt Isol aan de hand van een borduurwerk het verhaal van een meisje dat constant alles verliest, de voorwerpen komen in een andere wereld terecht. Suzy Lee en Shaun Tan rekken en dagen constant woord en beeld uit in hun prachtige verhalen. In Shaun Tans bundel Verhalen uit de Verre Voorstad is een originele strip over een papieren bol die alle onverstuurde poëtische zinnen van de wereld verzamelt en blijft aangroeien. Als lezer word je direct door het zintuigelijke van de beeldtaal meegevoerd, het raakt aan iets dat voorbij woorden gaat.

Een leesgrage vriendin werd enige tijd geleden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. We geven elkaar al jaren ‘volwassen’ boekentips. Toen kwam ze – tot haar verdriet – niet tot lezen door een combinatie van de in haar ogen triestige ondertoon van volwassen boeken en haar geslonken concentratievermogen. Ik stuurde haar een pakketje met een paar recente favoriete kinderboeken (o.a. het ontroerende Schildpad en ik van Marit Törnqvist, hoe een jongen levenslang bevriend geraakt met een schildpad). Ze begon schoorvoetend te lezen – het opende iets in haar hoofd.

Het opende een nu-(en hier-)tijd.                                                                                                               
En dat is iets eigens aan kinderboeken. 
Dat nieuwsgierigheid geen grenzen kent. Dat je verbeeldingskracht op ontploffen staat.
Dat avontuur je overal tegemoet komt – ook als je doodsaai naar huis fietst – (al moet je oppassen, naar het schijnt zijn er al mensen bezweken aan een overdosis nieuwsgierigheid en avontuur)1
Ze helpen ons ‘dingen terug te vinden waarvan we niet eens wisten dat we ze kwijt waren.’2                                        

Laat het me geen aanbeveling noemen, maar een uitnodiging.
Een uitnodiging om even los te laten wat moet en opnieuw te kijken als een kind: met een ontdekkersgeest. De wereld wordt gigantisch, de dag eindeloos, alles kan gebeuren. Die verwondering vind je in kinderboeken. Ze dragen een lichtheid en puurheid in zich die je nodig hebt in een complexe wereld vol uitdagingen.

Kinderboeken zeggen bij uitstek niet wat je moet voelen, ze nodigen ons uit om ramen, deuren en hoofd te openen, het witte konijn binnen te laten en nagenoeg alles te voelen wat mogelijk is in dat eeuwigdurende nu.

(En heel misschien ontdek je dat het kind in jezelf niet verdwenen is — alleen maar stil zat te wachten tot jij weer wilde spelen.)

1 Dit boek zal wel bestaan, ik ben alvast zelf aan het broeden op een nieuw verhaal ‘het kind dat teveel wou weten – en zo haar tanden verloor’
2 Katherine Rundell, schrijfster en pleitbezorgster van het lezen van kinderboeken

Illustratie © Marie Van Praag

Tekst Winny Ang
Illustratie Marie Van Praag

Marie maakte samen met Winny Oneindig Ver (2023, De Eenhoorn), ze broeden nu op een nieuw bomenboek. 

Dank aan de mee-lezers die zinvolle feedback gaven!