Maaike de Wolf leest haar gedicht ‘Wat je hebt’
Voor de uitreiking van de Herman de Coninckprijs vragen we een kunstenaar om grafische video’s te maken van gedichten uit elke voor de prijs genomineerde bundel. Een van de in 2025 genomineerde bundels was De dansvloer is van iedereen van Maaike de Wolf. Kijk en luister naar ‘Wat je hebt’, verbeeld door Wies Hermans en ingesproken door de dichter zelf.
De jury van de Herman de Coninckprijs 2025 over De dansvloer is van iedereen
De meest genereuze titel van 2024 is ongetwijfeld die van het debuut van Maaike de Wolf: De dansvloer is van iedereen. Al is dat meer een ideaal dan de werkelijke wereld die in de bundel geëvoceerd wordt. Niet iedereen heeft immers evenveel plek op de dansvloer, niet iedereen is er even welkom, niet iedereen vindt een groep, laat staan een partner om mee te dansen, niet iedereen zit in het juiste ritme. De bundel is een soort coming of age, een proces van ontnuchtering en ontluistering dat tegelijk ook verrassend mooie beelden en combinaties oplevert. De Wolf heeft het moderne stedelijke levensgevoel met zijn versplintering en vervreemding, met zijn vele verleidingen en zijn vluchtige verlangens, weten te vertalen in een lyrische poëzie die bij momenten het proza opzoekt, wat voor luchtigheid en ademruimte zorgt. Want er gebeurt veel in deze bundel: de stad is een opeenstapeling van ontmoetingen, verrassingen en ontgoochelingen: ‘Wie begrijpt wat er allemaal tegelijk gebeurt/ slaapt nooit meer.’
Iets van die veelheid weet Maaike de Wolf te vatten in personages en opsommingen. Ook de taal van de social media is duidelijk aanwezig, maar de dichter laat zich er niet door meeslepen. De dansvloer is van iedereen is niet enkel een mix van ironie, cynisme en onverschilligheid – de Heilige Drievuldigheid van de postmoderne ervaring – maar ook een in melancholie gedrenkt romantisch verlangen naar eenheid en volledigheid. Al blijft de stad een wereld van paradoxen: ‘Een nieuwe bekende komt me tegemoet/ gloeiend bekijken we elkaar./ Milde vergiftiging.’ Het gaat in deze bundel misschien meer om het ‘we’ dan om het ‘ik’ en dat is opvallend: ‘Een hele mensheid staat op je schouder te bonzen.’ Er spreekt een diepgevoelde interesse uit voor de anderen en voor de wereld. Die spanning zorgt voor de originaliteit, de intimiteit en de schoonheid van de bundel.
