Sandrine Verstraete leest ‘Jachtpels waaronder het herinnerde hurkt, zo wonen wij en ademen’
In 2026 won Sandrine Verstraete de Herman de Coninckprijs voor haar bundel kamers. Kijk en luister hier naar het gedicht ‘Jachtpels waaronder het herinnerde hurkt, zo wonen wij en ademen’, ingesproken door Verstraete en verbeeld door Wies Hermans.
De jury van de Herman de Coninckprijs 2026 over kamers
Sandrine Verstraete kan met haar bundel kamers elk soort lezer voor zich winnen: rationeel of affectief, geduldig of gulzig. Haar taal is even analytisch als sensitief, even bedachtzaam als wild, even op zichzelf gericht als naar buiten. kamers is zorgvuldig gecomponeerd met betekenisvolle motieven, structuurbevorderende afdelingen en een vernuftige verweving van begin en eind, maar elke pagina bevat ook iets ruigs. Daar dwalen immers ‘roedels wild/gelispel’ en bijten haar frasen ‘als een inhalig jong’. Verstraetes aandacht voor architectuur en de taal geeft de bundel iets zeer concreets en materieels. Tegelijkertijd heeft kamers ook iets van een bezwerende koortsdroom door de prikkelende, soms absurde beelden en meeslepende ritme en klank. De lezer kan zich te midden van nimfen bevinden, tussen de muren van een eigenaardig ontworpen huis of diep in de buik van een walvis. De personages in kamers hebben iets oneindigs, onder het huidige schuilt altijd het verleden: ‘ruïne op ruïne, gestapelde structuren.’ Met haar taal bouwt Verstraete identiteiten die even gelaagd zijn als haar imposante poëzie zelf. In kamers echoën een complexe polyfonie, een veelheid (‘deze kamer is alle kamers’) en een veelduidigheid die in een tijd als de onze levensnoodzakelijk zijn.
