2002

Geletterde Mensen: Oscar van den Boogaard en Josse De Pauw

01/06/02 Brussel
Paleis voor Schone Kunsten (20.00)
02/06/02 Mechelen
03/06/02 Gent
04/06/02 Opwijk
Cultuurcentrum (20.00)
05/06/02 Berchem
Cultuurcentrum (20.00)
06/06/02 Leuven
07/06/02 Strombeek-Bever
CC Strombeek (20.00)
08/06/02 Tongeren
De Velinx (20.00)
01/06/02 Brussel
Paleis voor Schone Kunsten (20.00)
02/06/02 Mechelen
03/06/02 Gent
04/06/02 Opwijk
Cultuurcentrum (20.00)
05/06/02 Berchem
Cultuurcentrum (20.00)
06/06/02 Leuven
07/06/02 Strombeek-Bever
CC Strombeek (20.00)
08/06/02 Tongeren
De Velinx (20.00)

De twintigste editie van de Geletterde Mensen-reeks brak volledig met zijn voorgangers. Geen strak geregisseerd programma deze keer maar twee schrijvers die “improviserend, jammend en freewheelend” uit eigen werk voorlazen. Anders was uiteraard ook niet te verwachten van de aardse Josse De Pauw die sinds jaar en dag op de planken staat en de zweverige Oscar van den Boogaard die er naar streeft in iedere situatie alle mogelijkheden open te houden. Waar de verhalen die De Pauw opdiste doortrokken waren van een huiselijke nuchterheid, bezong Van den Boogaard in zijn teksten de ervaring van het leven als het doorbladeren van een tijdschrift. Deze editie van Geletterde Mensen “verenigt twee zeer verschillende zielen,” schreef De Morgen, “zoveel is al snel duidelijk”. En toch, wat beide schrijvers gemeen hebben, merkt De Standaard op, is “dat ze om zichzelf – en om de rollen waarin ze worden gedwongen – kunnen lachen”. Tijdens de voorstelling wezen de heren op hun eigen karikaturen, speelden erop in, bevestigden deze in hun voordrachten maar lachten er bovenal mee.
“De hele avond sprankelt; de ongekunsteldheid van het gebeuren is verfrissend”, schreef De Standaard. Tijdens de voorstelling merkte Van den Boogaard op dat grote schrijvers vooral gelezen moeten worden, “maar in het geval van Van den Boogaard en De Pauw is hen horen een verrijking” (De Standaard).

(Zie ook: Matthijs de Ridder, Behoud de Begeerte. Een literaire geschiedenis 1984-2014, De Bezige Bij, 2014, p. 274.)