Avondrood
© Athos Burez

Avondrood is een literair-muzikale productie met Lize SpitElise Caluwaerts en Kim Van den Brempt, gebaseerd op de Vier letzte Lieder van Richard Strauss (1864-1949).

De eerste uitvoering van zijn werk in de Londense Royal Albert Hall op 22 mei 1950 heeft Strauss niet meer mogen meemaken, maar wellicht had hij het nog jammerder gevonden deze versie door coloratuursopraan Elise Caluwaerts en pianist Kim Van den Brempt te moeten missen.

Strauss baseerde zich voor de Vier letzte lieder op teksten van Joseph von Eichendorff en vooral van Hermann Hesse – teksten vol melancholie, reflectie en berusting. Een gepast herfstprogramma dus, Avondrood, waarin Elise Caluwaerts en Kim Van den Brempt de romantische ondertoon van Hesse en Strauss trachten te vangen.

Lize Spit, sinds haar bejubelde en bestsellende debuut Het smelt niet meer weg te branden uit onze letteren, heeft voor de gelegenheid een nieuwe tekst geschreven over een gevierd dirigent. Nog voor er één noot van Richard Strauss’ Vier letzte Lieder is gespeeld, wordt die geplaagd door een vlaag van zinsverbijstering. Impulsief verlaat hij het podium, de Brusselse Muntschouwburg, de stad en reist per taxi richting het Zwarte Woud, de vakantiebestemming van zijn jeugd. Onderweg wordt tijdens gesprekken met de taxichauffeur duidelijk waarvoor de dirigent op de vlucht is.

Samen met Kim Van den Brempt en collega-sirene Elise Caluwaerts zet Lize Spit met Avondrood de scène in volle gloed. 


Monsterdal & Vier letzte Lieder
Monsterdal, de nieuwe tekst van Lize Spit wordt gebundeld in een gelegenheidsboekje dat in zeer beperkte oplage verschijnt en te koop wordt aangeboden bij de boekenstand van Behoud de Begeerte na afloop van iedere Avondrood-voorstelling. In zo’n boekje is tevens een unieke downloadcode te vinden waarmee de speciaal voor de gelegenheid opgenomen Vier letzte Lieder kunnen worden verkregen, zoals ze door Elise Caluwaerts en Kim Van den Brempt tijdens Avondrood worden uitgevoerd.


Richard Strauss en Hermann Hesse
In de zomer van 1946 ontmoetten Richard Strauss en Hermann Hesse elkaar. Strauss zou het werk gaan lezen van de man die dat jaar de Nobelprijs voor Literatuur werd toegekend, waaronder de gedichten ‘Frühling’, ‘September’ en ‘Beim Schlafengehen’. De in het Zwarte Woud geboren Hesse was in die tijd een populair schrijver in Duitsland, maar de echte wereldwijde faam kwam pas later. Hesses populariteit taande in de jaren ’50, maar herleefde na zijn dood in 1962 en woedt nu nog steeds. Met vertalingen in 60 talen, meer dan 100 miljoen verkochte exemplaren en maandelijks nog steeds 30.000 nieuwe prints werd hij de meest gelezen en vertaalde Europese auteur van de twintigste eeuw.

Strauss las Hesse in Zwitserland, waar hij na de Duitse capitulatie naartoe was gevlucht. Binnenskamers was hij weliswaar een criticus van het Nazi-regime geweest, maar omdat hij toch president van de Reichsmusikkammer was geweest, wilde hij het denazificatietribunaal ontlopen door naar het paradijselijke, zelfgekozen ballingsoord in Zwitserland te trekken, waar hij in alle rust aan de Vier Letzte Lieder kon schrijven. Weemoed, herfst en dood vonden hun weg naar het werk van een man die zich in de herfst van zijn leven bevond.

De eerste tekst die Strauss voor de Vier Letzte Lieder wilde gebruiken was echter niet van Hesse, maar van de hand van Joseph von Eichendorff: ‘Im Abendrot’. De slotregel uit dat gedicht klonk haast profetisch voor Strauss, die vanwege zijn leeftijd in het reine trachtte te komen met de naderende dood. O weiter, stiller Friede! / So tief im Abendrot. / Wie sind wir wandermüde – / Ist dies etwa der Tod?

Strauss was 84 toen hij in 1948 de Vier letzte Lieder afrondde in een staat van kalmte en acceptatie. Tijdens het componeren had hij zijn vrouw en muze Pauline de Ahna voor ogen gehad. De liederen waren op maat geschreven van een hoge, dramatische sopraan, zijn meest geliefde stemtype, zoals De Ahna dat was. Strauss heeft zijn werk echter nooit uitgevoerd gezien, en ook zijn aanbeden vrouw niet. Strauss stierf zeven maanden voor de wereldpremière van de Vier Letzte Lieder in de Royal Albert Hall in Londen, op 22 mei 1950. Pauline de Ahna slechts een week ervoor. Kirsten Flagstad zong in Londen, Wilhelm Furtwängler dirigeerde, de muziek zegevierde. 


Gerealiseerd met de steun van

December 2017
03/12LEUVEN 20:00
30CC/Schouwburg +32 1 630 09 00
06/12EEKLO 20:30
De Herbakker +32 9 218 27 27
07/12VILVOORDE 20:30
CC Bolwerk +32 2 255 46 90
09/12MECHELEN 20:15
Stadsschouwburg +32 7 022 28 00
13/12AARSCHOT 20:00
CC 't Gasthuis +32 16 56 48 24
14/12AALST 20:00
De Werf +32 53 72 38 11
15/12DENDERMONDE 20:00
CC Belgica +32 52 20 26 26
16/12HERENTALS 20:00
CC 't Schaliken +32 14 28 51 30
19/12ANTWERPEN 20:00
Toneelhuis +32 3 224 88 44
20/12GENT 20:00
De Bijloke +32 9 323 61 00
22/12ZAVENTEM 20:00
CC De Factorij +32 2 307 72 72
23/12DILBEEK 20:30
Westrand +32 2 466 20 30